De Geschiedenis van de Vriendschap


De Vriendschap, de schilderswerkplaats annex herberg in Driehuizen

Wie kent café De Vriendschap niet, het historische pand aan de rand van de Eilandspolder? Honderdnegentig jaar geleden als woning met schilderswerkplaats gebouwd door een schildersknecht uit Winkel en verkocht aan een verfkoopman uit Amsterdam. Verschillende eigenaren volgen, en in het pand komt ook een herberg. Tweemaal door brand verwoest en weer opgebouwd staat De Vriendschap, anno ‘nu', nog altijd in het hart van Driehuizen.

Tekening van Boomkamp, Driehuizen rond 1750

Het begin van de schilderswerkplaats

Het is begin 19e eeuw, als een schildersknecht uit Winkel en een meisje uit Driehuizen elkaar ontmoeten. Ze worden verliefd en op 27 mei 1827 volgt de bruiloft tussen Jan Pieterszoon Grootes (1799-1862) en Trijntje Molenaar (1807-1882). Het jonge stel gaat wonen in haar ouderlijk dorp, waar Jan zich vestigt als zelfstandig schilder. Zij bouwen - ergens tussen 1827 en 1830 - een huis met schilderswerkplaats op de plek waar nu café De Vriendschap staat. 

Maar in 1832 verkopen zij het pand. In de koopakte staat Jan Pietersz. Grootes geregistreerd als huis en rijtuigschilder alsmede glazenmaker. Het pand wordt beschreven als: De opstal van een door den comparant verkooper naar eenige jaren gebouwd Huis staande te Driehuizen, in de gemeente van Zuid en Noordschermer, zijnde getekend met nummer 114B, belend Jacob Groningen ten noorden en de gereformeerde Pastorij ten zuiden. 

In de acte wordt ook vermeld dat de grond egendom is van de gemeente, er moet erfpacht betaald worden. 

Capto Capture 2020-09-14 11-26-34 AM


De nieuwe eigenaar is Michael Hafkenscheid, een koopman in verfwaren uit Amsterdam. 

Wie is deze nieuwe eigenaar?


Michael Hafkenscheid (1772-1846)

Michael (ook Michiel genoemd) Hafkenscheid wordt in 1772 te Ulft in Gelderland geboren in een eenvoudig, sober en godsdienstig gezin. Als nieuwsgierige en ondernemende jongeman gaat hij op reis naar Amsterdam, daar denkt hij rijk te kunnen worden. Michael begint als compagnon bij een firma in fijne verfwaren, penselen en kwasten. Hij werkt hard, ontmoet Catharina Alida Weber en zij trouwen in 1801. Het gaat het echtpaar voor de wind, zowel zakelijk als wat betreft het kinderaantal. Er worden 12 kinderen geboren waarvan er 6 in leven blijven. Zij laten een schilderij maken waarop duidelijk te zien is dat zij tot de gegoede stand van Amsterdam behoren.

Gezin Hafkencheid

In 1826 – Michael is dan 54 jaar oud – begint hij samen met zoon Anton een goed lopend eigen bedrijf in Amsterdam-Centrum: M. Hafkenscheid & Zoon, Verfwaren, Terpentijn en Gommen luidt de officiële naam. 


De relatie tussen Michael Hafkenscheid en Jan Pietersz. Grootes

Driehuizen 1832-2


Waarschijnlijk heeft Jan Grootes bij de bouw van zijn huis financiële hulp gekregen van zijn Amsterdamse leverancier van verfwaren.

Detail- Nr. 77a pand schilder werkplaats

Want alvorens de acte tot verkoop te tekenen, verklaart Michael Hafkenscheid: afstand te doen van zoodanig regt van speciaal hypotheek als hem heeft gecompeteerd tegen Jan Grootes, huis en rijtuigschilder 

Lopen de zaken minder voorspoedig dan Jan Grootes verwacht waardoor hij zijn hypotheek aan Hafkenscheid niet meer kan betalen?  

Hebben Jan en Trijntje onverwachte financiële tegenslagen of andere verplichtingen? Wat ook de reden voor verkoop is, zij zijn nu geen eigenaar meer en huren het pand van de nieuwe eigenaar. 

Helaas zijn er geen dagboeken bekend en weten we niet of Michael Hafkenscheid - alleen of samen met zijn gezin – wel eens met zijn rijtuig naar het kleine dorpje Driehuizen afreist om zijn eigendom te bezoeken. 

Michael Hafkenscheid overlijdt in 1846. Zijn familie verkoopt het pand in 1852 aan timmerman Leendert Visser uit Driehuizen, die het pand verhuurt aan Jan Grootes. De gemeente is nog steeds eigenaar van de grond. De rol van de firma Hafkenscheid is hiermee uitgespeeld in Driehuizen. 


Hoe gaat het verder met het bedrijf Hafkenscheid?

Na de dood van Michael wordt de zaak voortgezet door zijn zus Joanna en echtgenoot en nog later door een kleinzoon. Eind 19e eeuw is de grote tijd van het bedrijf voorbij. Michael’s achterkleinkinderen verkopen de boedel in 1927 aan verffabriek Ivormica in Schiedam dat in 1971 wordt opgekocht door verffabriek Sigma Coating in Zaandam. Bij de inboedel van de firma Hafkenscheid hoort een ladekast met een grote verzameling monsters van pigment, gom, hars en andere verfstoffen die rond 1800 worden gebruikt. Michael heeft het materiaal in 1826 van zijn eerste werkgever Tollens en Usellino overgenomen. Een jaar vòòr de verkoop van het bedrijf in 1927 wordt de ladekast overgedragen aan de Technische Hogeschool in Delft en sinds 1994 staat het in het Teylersmuseum in Haarlem. 

Verfkast Hafkenscheid 3

Verkfast van Hafkenscheid

Een Lade van de verfkast van Hafkenscheid

Bron: Teylers Museum - Haarlem

Dankzij deze ‘collectie Hafkenscheid’ is nu meer bekend over de beschikbare verfstoffen en schildersmaterialen die in de 18e en 19e eeuw worden gebruikt. Hoe vaak zal ook Jan Grootes zijn keuze uit deze - bij restaurateurs inmiddels wereldberoemde - verfkast hebben gemaakt?

Jan Pietersz. Grootes (1799-1862)

Jan werkt als schilder en Trijntje is zonder beroep, tenminste zo staat zij geregistreerd op de overlijdensaktes van hun kinderen. Wanneer precies is niet duidelijk, maar in ieder geval vòòr 1852 beginnen Jan en Trijntje naast de schilderswerkplaats ook een tapperij/herberg in hun pand. In dat jaar staat Jan Pietersz. Grootes bij het huwelijk van hun dochter geregistreerd als kastelein. 

Naast de brug naar de Schermer staat in het dorp nog een herberg: De Bonte Koe. Deze heeft een aanlegsteiger aan de - in die tijd druk bevaren - ringvaart en zal vooral klandizie van de schippers hebben gehad. Ook staat De Bonte Koe bekend als gelegenheid voor het gewone (arme) volk. Het lokaal van Jan Grootes is meer voor de ‘deftige’ bewoners uit het dorp en omgeving. Of dit iets te maken heeft met de scheiding tussen het arme en rijke end van het dorp is niet bekend, maar de schilderswerkplaats annex herberg van Jan Grootes staat wel aan het rijke end.

Dorpsstraat in Driehuizen rond 1900.

Links achter de wagen de herberg De Bonte Koe

Regelmatig worden op beide locaties verkopingen georganiseerd, er is dus zeker sprake van enige concurrentie tussen de herbergen. Arie Jonker, de kastelein van De Bonte Koe is ook vrachtrijder. Met zijn faillissement in 1886 wordt de herberg, met erf en schuur, openbaar verkocht. Bij de inventaris hoort een Biljart met Keuen en Rek, Glaswerk, Meubelen, Huisraad, Kruidenierswaren, een Boerenwagen, een Paard, Kippen, Eenden, Hooi, Mest enz. enz. 

Over de activiteiten die in de herberg van Grootes plaatsvinden is - naast aankondigingen over openbare verkopingen, uitvoeringen en de kermis - weinig bekend. Of in die tijd ook al bootjes aan vissers worden verhuurd, weten we helaas niet.

Jan Jansz. Grootes (1841-1893)

In 1862 overlijdt Jan Pietersz. Grootes. Zoon Jan Jansz. Grootes, geboren in 1841 en eveneens schilder van beroep, zet samen met zijn moeder het bedrijf voort. Bij zijn huwelijk in 1869 met Trijntje Klein uit Graft, staat moeder Grootes geregistreerd als kasteleines. Misschien dankzij het extra inkomen uit de herberg is Jan Jansz. Grootes in 1875 financieel in staat het huis van Leendert Visser te kopen. Een jaar later koopt hij ook de erfpacht af van de gemeente Zuid- en Noordschermer. Gezien de verschillende advertenties waarin regelmatig een schildersknecht wordt gevraagd, gaat het goed met het schildersbedrijf. Tot op 9 februari 1882 een brand uitbreekt die zo hevig om zich heen grijpt dat het totale pand reddeloos verloren gaat. Ook alle verf en aanverwante schildersartikelen verdwijnen in de vlammenzee

Advertentie in het Algemeen Handelsblad van 15 februari 1882

Advertentie in de Purmerender Courant van 15 februari 1882

 Het is niet bekend of er een brandverzekering is en ook niet waar het gezin voorlopig onderdak vindt. Maar Jan en zijn vrouw zitten niet bij de pakken neer en dienen onmiddellijk bij de gemeente een aanvraag in tot sloop van de restanten en herbouw van het schildersbedrijf annex herberg. 

Al een maand later staat in de Alkmaarsche Courant:

Aanbesteding: 10 maart 1882 - Herbouw

De uitbouw die in het vorige pand aan de oostkant stond, komt nu aan de westkant, naar de weg gericht. De bouw verloopt voorspoedig en op 20 september dat jaar wordt er alweer een verkoping in de herberg gehouden. Het jaar dat triest is begonnen met de brand eindigt ook in droefenis, want op 12 december 1882 overlijdt moeder Trijntje Grootes-Molenaar, op 75-jarige leeftijd. 

De uitbouw met ingang aan de dorpsweg. Rechts de schilderswerkplaats

Jan bouwt zijn schildersbedrijf annex herberg weer op, maar krijgt opnieuw een grote tegenslag. Echtgenote Trijntje Klein wordt ziek en overlijdt in 1884, lang heeft zij niet van haar nieuwe huis kunnen genieten. Jan heeft hulp nodig bij de zorg voor de kinderen en de herberg en waarschijnlijk komt er een dienstmeisje in huis. Is dit misschien Geertje Kat uit Graft waarmee Jan Grootes vijf jaar later trouwt? 

Maar de inkomsten lopen terug en een jaar later - Jan is dan 50 jaar en Geertje 27 - komt het door schulden, in 1890, tot een openbare verkoping van het pand en boelhuis van huisraad en inboedel. 

Aankondiging van de Openbare Verkoop - 22 januari1890

Aankondiging van de Huisraad en Inboedel - 22 januari 1890

Na de verkoop verhuizen Jan en Geertje Grootes naar Haarlem, waar Jan geregistreerd staat als schilder. Twee jaar later, in 1893, overlijdt hij aldaar op 52-jarige leeftijd. Pieter Hoogland wordt de nieuwe eigenaar van het pand.

Rond 1900, links staat de school. Het café annex schildersbedrijf in het midden

Pieter Hoogland (1857-1934)

Als Pieter Hoogland de schilderswerkplaats annex herberg koopt is hij 34 jaar, werkt als schilder in Heiloo en is getrouwd met Grietje Nierop. Het gezin telt - voor zover bekend - op het moment dat zij in Driehuizen gaan wonen één zoon en vijf dochters. Zoon Jan Hoogland wordt later ook schilder. Bij de huwelijken van hun kinderen staat Pieter Hoogland geregistreerd als schilder, maar nergens staat dat hij tevens herbergier is. 

Pieter Hoogland schildert het hek van de pastorie.

Door de advertenties waarin verkopingen en bijeenkomsten in Driehuizen worden vermeld weten we dat deze in de periode van Pieter Hoogland bijna allemaal in herberg De Bonte Koe worden gehouden. Slechts in een enkele aankondigingen wordt het ‘lokaal De Vriendschap’ van Pieter Hoogland genoemd. 

Mevrouw Hoogland met kinderen op het beuntje aan ’t haventje tussen het café (rechts) en de bakkerij van Weijman (links). Naast de beun staat het pleetje.


De herberg is in deze periode waarschijnlijk geen grote bron van inkomsten voor de familie Hoogland. Misschien zijn de nutsavonden (uitvoeringen van de toneelvereniging) en de jaarlijkse kermis (die overigens ook de meeste jaren in De Bonte Koe wordt gevierd) de enige avonden dat er wat geld in het laatje komt. In 1914 wordt er, volgens een berichtje in de Alkmaarsche Courant, helemaal geen kermis gevierd: in verband met den algemeen benauwden toestand op politiek en economisch gebied door de vergadering eenparig besloten om de kermissen te Grootschermer en te Driehuizen dit jaar niet te doen plaats hebben. Of de bewoners hiertegen protesteren is niet bekend. 

Rechts op de foto een stukje voorgevel van het pand

In 1920 vieren Pieter en Grietje hun 40-jarige echtvereniging met kinderen en kleinkinderen in De Vriendschap.

Als De Bonte Koe in 1925 afbrandt, kunnen er in hun lokaal meer activiteiten plaats gaan vinden, maar Pieter nu 68 jaar en het werken wordt hem te zwaar. Hij wil het bedrijf verkopen en verhuizen naar de kust. Uit een advertentie in de Alkmaarsche Courant van 12 september 1918 blijkt dat er hij al eerder getracht heeft te verkopen, maar toen blijkbaar zonder resultaat. Pas in 1927 komt het tot overname van het bedrijf.

Ome Klaas (1903-1972) en tante Geertje (1907- 1979)

Klaas Slooten is een schildersknecht uit Grootschermer en in 1925 getrouwd met Geertje Schreuder uit Hensbroek. Het jonge stel bekijkt de schilderswerkplaats annex herberg in Driehuizen, zijn enthousiast en verhuizen in 1927 naar Driehuizen. Zij huren voorlopig - met recht op koop -  het bedrijf van Pieter en Grietje Hoogland die nu verhuizen naar de gemeente Bergen. Er is voor Klaas genoeg schilderwerk en Geertje krijg het steeds drukker met de herberg. Als aanvulling op het inkomen fokt Klaas de eerste jaren in Driehuizen konijnen. In 1933 kopen zij het monumentale pand van Pieter Hoogland die een jaar later, op 77-jarige leeftijd, overlijdt. 

Herberg/café De Vriendschap wordt met ome Klaas en tante Geertje - zoals ze door iedereen in het dorp worden genoemd - steeds meer het hart en het culturele centrum van het dorp. In de zomermaanden komen er mensen uit de stad, die een bootje huren om in de Eilandspolder te gaan vissen. Het café wordt met deze pensiongasten, in de zomerperiode een belangrijke bron van inkomsten. Klaas zorgt voor de visvergunningen en boven het toneel timmert hij zeven eenvoudige kamertjes voor de gasten. Met dank aan Wijb Ouweltjes en Aat Ouweltjes-Langedoen weten we meer over de schilderswerkplaats annex herberg in de jaren dertig. 

Uit: Een wandeling door Driehuizen: 

  • Naast de caféruimte heeft Klaas zijn schilderswerkplaats. Tijdens de kermis en bij uitvoeringen van de toneelvereniging ‘Het Nut’ wordt de werkplaats opgeruimd, schoongemaakt en aan de zaal toegevoegd. Het biljart verhuist naar de schilderswerkplaats. Ook de huiskamer, links van de zaal, wordt dan bij het feestoppervlak aangesloten. De familie Slooten woont dan tijdelijk in de grote woonkeuken, achter de kamer. Geertje houdt van proper. Direct na de kermis of andere feestelijke gebeurtenissen wordt alles geboend en gesopt. Achter het huis staat een schuur waar Klaas Slooten zijn kwasten bewaard en de verf klaarmaakt. Hij maakt zijn verf zelf op kleur. 

Klaas en Geerte voor De Vriendschap

In de tweede wereldoorlog laten Klaas en Geertje onderduikers van de Nederlandse Spoorwegen op hun zolder wonen. Na de oorlog breekt de tijd aan dat er ‘dagjesmensen’ naar het kleine dorpje komen, die even pauzeren en iets eten of drinken in De Vriendschap. Later, als de Eilandspolder wordt ontdekt als recreatiegebied, komen meer weekenders en vakantievierders logeren. De gelagkamer - tevens toneelzaal - doet in drukke tijden dienst als eetzaal. En als er veel pensiongasten komen, wordt ook van het toneel en de garderobe een slaapkamer gemaakt. Soms logeren er - buiten het seizoen - pensiongasten die tijdelijk in de buurt werken. Zoals een groep Fransen, die werkzaam zijn bij het boren naar olie en gas in de Schermer. Het is wel even wennen dat deze Franse werknemers tweemaal per dag warm willen eten. Maar Geertje doet haar best en past de gerechten aan bij de buitenlandse smaken en dat wordt, volgens de reacties, zeer op prijs gesteld. En als de sloten in de Eilandspolder in de winter bevroren zijn, heeft Geertje de erwtensoep voor de schaatsliefhebbers klaarstaan.

Omstreeks 1950 biedt het pand ook nog een tijdelijk onderdak aan de kleuterschool. De kinderen zitten in de schilderswerkplaats en noemen hun schooltje bij ome Klaas en tante Geertje, daarom de Ververij. Ongetwijfeld zal er door de kleine dorpelingen in deze Ververij menig prachtig kunstwerk geschilderd zijn. Ook bij latere grote verbouwingen van de dorpsschool krijgen de kinderen een tijdelijk klaslokaal in De Vriendschap. In 1965 vieren Klaas en Geertje, samen met het hele dorp, hun veertig jarig huwelijksfeest. 

Ome Klaas en tante Geertje in hun café

Klaas schildert menige klus samen met Gerrit van den Bogaard, de schilder uit Zuidschermer en bespreekt met hem wel eens wie het café zou kunnen overnemen. Klaas en Geertje hebben geen kinderen en willen De Vriendschap later niet verkopen aan een of andere vreemde rijke belegger. Het moet behouden blijven voor het dorp, is hun wens. 

Gerrit is schilder en geen horecaman, maar wil het samen met echtgenote Alie wel proberen, want tijdens een kermisavond zegt Gerrit (niet geheel nuchter meer) tegen Klaas: als jij doodgaat wil ík het café wel overnemen. 

Vijf jaar later overlijdt Klaas Slooten, op 10 juni 1972, totaal onverwacht. Als Gerrit en Alie komen condoleren zegt Geertje: zo, nou is het jouw beurt Gerrit. Zij heeft door reuma veel moeite met lopen en kan, ondanks de hulp van verschillende dorpelingen, in haar eentje het werk in het café annex pension niet volhouden. En iemand moet ook de schilderswerkplaats overnemen. Gerrit en Alie gaan die avond - op dat moment geheel overdonderd door de opmerking van Geertje – naar huis. 

Stichting familie Slootenfonds

En zo komt er in 1973 opnieuw een schilder/herbergier in het dorp. Gerrit, Alie en hun kinderen Karin en Michel verhuizen naar Driehuizen en Geertje Slooten-Schreuder verhuist naar Grootschermer waar zij in 1979 overlijdt. Pas een jaar na haar dood wordt het aan de Driehuizenaren ten volle duidelijk hoezeer hun tante Geertje en ome Klaas het meenden als zij vertelden: ‘We hebben geen kinderen, maar een heel dorp’. In haar testament heeft Geertje verenigingen van Driehuizen en de gemeente Schermer tot haar erfgenamen gemaakt. Een daad die zeer gewaardeerd wordt door de dorpelingen: alles wat we in de loop der jaren in het café hebben uitgegeven, krijgen we van ome Klaas en tante Geertje dubbel en dwars weer terug. 

In 1982 roept de gemeente van haar erfdeel de Stichting Familie Slootenfonds in het leven. De beheerders van dit fonds zetten nog steeds jaarlijks een persoon en/of instelling ‘in het zonnetje’ om namens wijlen mevrouw Slooten-Schreuder de verrichtte inspanningen ten behoeve van de Schermergemeenschap te waarderen met een onderscheiding en een geldbedrag.

Gerrit van den Bogaard (1928-2006) en Alie van den Bogaard-van Diepen(1934-1987)

De Amstel brouwerij ziet in het begin zo weinig toekomst in De Vriendschap dat zij geen koelinstallatie voor de dranken willen installeren. Maar Alie verdiept zich in de horecaregels en wordt een uitstekende kok en gastvrouw, en als zij verschillende soorten pannenkoeken gaat bakken naar het recept van dorpdokter Henk Hoek uit Stompetoren, wordt het steeds drukker in de Vriendschap. 

De loop raakt er goed in zeggen de dorpelingen als het eens zo eenvoudige logement uitgroeit tot een populair café. Het aantal bruiloften en partijen neemt toe en op een gegeven moment is het zelfs zo druk dat zij geen zomerse pensiongasten meer kunnen nemen. Gerrit stopt met zijn schildersbedrijf en werkt nu, samen met Alie, fulltime in het café. Hij wordt daarmee de laatste schilder annex herbergier in het historische pand. De Vriendschap wordt vergroot, er komt een terras aan het water en de bootjesverhuur neemt snel toe.

Alie en Gerrit van den Bogaard

In 1980 wordt het pand, ondanks het verzet van Gerrit, op de monumentenlijst geplaatst. De zaken gaan voorspoedig, tot Alie in 1987 plotseling overlijdt. Als duidelijk wordt dat dochter Karin - die samen met echtgenoot William een boerenbedrijf heeft - geen opvolger wordt,  begint Gerrit een maatschap met zoon Michel tot deze het in 1998 van zijn vader overneemt. 

Na de overname begint hij met een grondige verbouwing van het pand. Gerrit is dan al enige jaren getrouwd met Mary Nijhuis uit Spaarndam en woont in een burgerhuis in het dorp. Later verhuizen zij naar Alkmaar waar Gerrit in 2006 overlijdt. 

 Michel van den Bogaard (1964) 

Michel werkt bij een installatiebedrijf voor centrale verwarmingen, ook hij is geen horecaman. Maar, met zijn vader in de eerste jaren als steun op de achtergrond, wordt hij steeds meer een volleerd pannenkoekenbakker en caféhouder.  


 Het is 28 december 1999, de laatste verbouwing is net klaar als - honderzeventien jaar na de vorige brand - het café opnieuw in vlammen opgaat. 

Ondanks dat de brandweer snel ter plaatse komt, is het pand uiteindelijk niet meer te redden. 

De woning en het café zijn bijna volledig verwoest, alleen van de inventaris en keukenapparatuur kan iets worden gered. 

Door een gunstige windrichting blijven naastgelegen panden bespaard. 




Evenals na de vorige brand wordt het pand zo snel mogelijk weer opgebouwd en Michel hoopt nog voor het zomerseizoen weer te kunnen openen.

Hij is handig en ondernemend, vergroot het terras, bouwt een kleine vloot van bootjes voor de verhuur en biedt vaartochten in eigen rondvaartboten aan. 



Later komt daar ook nog een solexverhuur bij. 

 De zomer is het drukke seizoen, maar als de Eilandspolder-schaatstocht gereden kan worden is het ook in de winter topdrukte in De Vriendschap.

Het café is op de schaats goed bereikbaar vanuit de Eilandspolder

                      Michel en Ijoe

De keuken wordt uitgebreid en Michel gaat een aantal jaar een maatschap aan met kok Niels van der Goot, die later een restaurant in Grootschermer begint. Op vakantie in Thailand ontmoet Michel zijn grote liefde, Ijoe (Tussanee Srithaso). 

Zij komt naar Nederland en samen werkt mee in het café.  In 2007 wordt - in internationaal gezelschap - hun bruiloft in De Vriendschap gevierd.

Na ruim 25 jaar de scepter te hebben gezwaaid willen zij in het voorjaar van 2015 het café verkopen om in het geboorteland van Ijoe te gaan wonen. Zij hebben geen opvolger en hopen dat één van de kinderen van (schoon)zus Karin het bedrijf overneemt. 

Esther de Wildt (1991) en Pieter de Reus (1988)

Nichtje Esther de Wildt en haar partner Pieter de Reus zijn enthousiast. 

Esther werkt in de zorg en heeft tijdens haar studie al vaak bij haar oom en tante in het café gewerkt. 

Pieter is leraar van beroep, maar kent - als zoon van Jan en Jacqueline de Reus, de eigenaren van café ’t Torenerf in Zuidervaart - het horecaleven. 

De onderhandelingen over de overname verlopen voorspoedig en in mei 2015 nemen Esther en Pieter - als derde generatie van de familie van den Bogaard - De Vriendschap over en gaan fulltime in de zaak werken. 

In 2018 worden zij eigenaar van het pand. 






Het historische gebouw met het prachtige terras aan het water van de Eilandspolder wordt (inwendig) verbouwd, geschilderd en opnieuw ingericht en de botenverhuur uitgebreid. 

De menukaart biedt veel keus maar nog altijd worden ook de pannenkoeken, gebakken volgens traditioneel recept, geserveerd. 

Anno 2019 is Driehuizen nog altijd een klein dorpje. De middenstand is verdwenen, evenals de schilderswerkplaats. 

De term herberg wordt niet meer gebruikt maar het - in wijde omtrek populaire - café De Vriendschap is nog altijd de thuisplaats voor het verenigingsleven en alles wat er met de dorpelingen te vieren valt in Driehuizen. 

Restaurant/Café “De Vriendschap - Anno 2019/2020

Een nazaat van Michael Hafkenscheid, de man die lang geleden de bouw van het pand heeft gefinancierd en twintig jaar eigenaar is geweest, woont in Markenbinnen. De bruiloft van Esther en Pieter en de zoektocht van Ben Hafkenscheid naar de relatie tussen zijn voorvader en het café in Driehuizen zijn voor mij de aanleiding geweest om over de geschiedenis van de herberg annex schilderswerkplaats in Driehuizen te schrijven. 

Auteur: Cora Ney-Bruin

  • Met dank aan Ben Hafkenscheid, Wijb en Atie Ouweltjes, Karin van den Bogaard.
  • Beeldmateriaal: OHV, Karin van den Bogaard.

Literatuur:

  • Regionaal Archief Alkmaar, Waterlandarchief en het OHV.
  • Pey Ineke & Ernst Homburg: Een kabinet vol kleur, De collectie schildersmaterialen van de Amsterdamse verfhandelaar Michiel Hafkenscheid (1772-1846). Vantilt, Nijmegen.

Dit artikel werd reeds gepubliceerd in “De Kroniek” van de OHV-Het Schermer Eiland en is met toestemming hier geplaatst.




🇳🇱   © JOIR-2006-2023  |  Privacy   |   Disclaimer   Contact  | Site Map   |  🇳🇱  |